Motie over de inrichting van het BIT breed aangenomen

Tijdens het debat met de regering over het rapport van de tijdelijke commissie ICT, heb ik (samen met mijn PvdA collega, Astrid Oosenbrug) onderstaande motie ingediend. Deze motie is tijdens de stemmingen op 14 april breed aangenomen.


De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een tijdelijk Bureau ICT-toetsing (BIT) wordt opgericht;

overwegende dat het kabinet het BIT wil positioneren bij het ministerie voor Wonen en Rijksdienst, onder de CIO Rijk;

constaterende dat de toegevoegde waarde van het BIT enkel haar beslag kan krijgen indien het BIT zodanig wordt gepositioneerd dat het in staat wordt gesteld onafhankelijk en objectief ICT-projecten te toetsen;

overwegende dat de kwaliteit en onafhankelijkheid van het BIT bepalend zijn voor de effectiviteit en objectiviteit van het BIT;

van mening dat er geen onduidelijkheid mag bestaan bij de start van het BIT over de borging van kwaliteit en onafhankelijkheid en het toezicht daarop; verzoekt de regering, het BIT zodanig in te richten dat:

•een objectieve toetsing door het BIT wordt geborgd door het meren-deel van de betrokkenen bij een toets te laten bestaan uit specifiek voor het BIT van buiten aangetrokken experts, aangevuld met onafhankelijke externe experts, en medewerkers uit CIO-organisaties van het ministerie dat indiener is van het ICT-project uit te sluiten van betrokkenheid bij de toets;

•de ministeries een informatieplicht hebben aan het BIT via het CIO-stelsel;

•de kwaliteit en de onafhankelijke totstandkoming van de toetsen van het BIT onder extern toezicht worden gesteld in de vorm van een adviesraad, waarbij ook de Algemene Rekenkamer wordt betrokken;

• adviezen van het BIT openbaar worden gemaakt en naar de Tweede Kamer worden gezonden, en dat eventuele afwijkingen van een BIT-advies, met onderbouwing van de betrokken Minister, na bespre-king in de ministerraad eveneens aan de Kamer worden toegezonden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De Caluwé

Oosenbrug